Twitter

woensdag 18 januari 2012

Johanna van Dijk 17 mei 1929 - 16 oktober 2011



Moedig begon ze in september 2010 aan de volgende etappe van haar leven: Ik hoop mijn achterkleinkinderen nog te kunnen zien!, zei ze monter. Zo vlak na het overlijden van onze vader, was dat voor ons een opsteker. Want met hem viel er voor haar heel veel weg. Hij was haar grote zorg, zeker nadat hij in mei 1966 bij een verwoestend auto-ongeluk betrokken raakte. Hij overleefde het maar net en kwam na meer dan een jaar revalideren in Amsterdam (!) weer bij haar thuis in Niezijl in het westen van Groningen. Bijna helemaal verlamd en gebonden aan een rolstoel. Hij was toen net 33 en ze waren nog maar acht jaar getrouwd.
Hun wereld stond volledig op de kop: hij een praktische en ondernemende 'man buitenhuis' was voortaan gebonden aan de beperkte actieradius van een elektrische rolstoel en afhankelijk van de handen en voeten van anderen, vooral die van haar, mijn moeder. Zij, een zeer zorgzame, maar niet bijzonder handige 'vrouw binnenshuis' moest vanaf dat moment ook zijn handen en voeten zijn. Dat eiste méér van haar dan ze hem kon geven. Zeker die eerste jaren hadden ze het moeilijk samen. Ze moet zich vaak te klein en ontoereikend hebben gevoeld. (Ook letterlijk: ze was fysiek klein, maar iets meer dan 1,50 meter.) Want hij dacht helder, zag scherp en wist altijd veel sneller dan zij hoe zij het voor hem moest aanpakken. Dat kón ze nooit goed genoeg doen.

Er was weinig eer voor haar te behalen, maar toch was ze hem onvoorwaardelijk trouw. Ze deed wat ze kon. En met alle zorgzaamheid die in haar was - en dat was véél- probeerde ze de ellende voor hem weg te zorgen. Dag in dag uit, méér dan veertig jaar lang. En dat ondanks de lichamelijke problemen die ze zelf kreeg. Zij kreeg de rol van de 'vrouw op de achtergrond' en ze aanvaardde die rol.

Hij, ondernemend, bleef niet stil zitten en begon een boekhandel. Dat maakte dat zij het -op de achtergrond- dus ook druk kreeg, zeker toen zijn onderneming succesvol bleek. Zij voerde uit wat hij bedacht: dat betekende o.m. dat ze in de loop van de tijd vrachtwagens vol boeken, die verzonden moesten worden, heeft verpakt. Zij maakte van zijn boekhandel een boekencafé door de klanten van koffie, thee, koek en gezelligheid te voorzien.
Naar zijn aard werd hij actief op heel wat terreinen: hij deed veel voor de kerk en voor anderen. Ondanks zijn handicap, dat viel op. Toen hij in 2006 geridderd werd, stond zij -zijn kleine vrouw- verlegen naast hem. Maar hij zag het toen ook en eerde haar publiek door haar één van de dijken van mensen te noemen, die God om me heen gegeven heeft zonder wie dit alles niet mogelijk was geweest. En dat wás ook zo! Helaas, zorgzame hulpen krijgen maar zelden onderscheidingen. Jammer, ze had het evenzeer verdiend als hij.

'Zorgen voor' was haar instinctieve reactie op de mensen om haar heen. Ze zorgde niet alleen voor het dagelijkse, voor de pijntjes en ziektes van haar gezin, maar wilde ook de grote pijn van het ongeluk voor haar gezin 'wegzorgen'. Dat kon zij natuurlijk niet, maar ze gaf daarin wel alles wat ze had. Er was eigenlijk maar één voor wie ze niet zorgde: voor zichzelf. Ze droeg haar eigen pijn -ze was levenslang rugpatiënt en leed sinds 1992 onder de helse pijn van een slecht behandelde gordelroos- als een ware ijzeren dame. Ze was zo druk met zorgen voor de anderen om haar heen, dat zij zelf -ook voor zichzelf- helemaal uit beeld raakte. wie zorgde er eigenlijk voor haar? Wat bleef er voor haar over als ze niet meer kon zorgen?

Na zijn dood, waren wij daarom ongerust en vervolgens opgelucht dat zij nog wel perspectief zag en daarop weer heel benieuwd hoe ze het leven -eenmaal uit zijn schaduw- voor zichzelf zou oppakken. Maar haar lichaam kon niet meer. In de zomer van 2011 ging haar gezondheid zo sterk achteruit dat ze zelfs niet meer voor een kopje koffie kon zorgen. Dat vond ze heel moeilijk en ze verontschuldigde zich iedere keer weer: je moet je eigen koffie even pakken hoor. Dat lukt me nu echt niet.
Op de mooie zondagmorgen van 16 oktober 2011 overleed ze 'zomaar ineens'. We hebben haar begraven met de haar zo dierbare Psalm 23. Ze is nu bij haar geliefde Heer. Ze hoeft niet meer te zorgen, want Hij zorgt nu voor haar.

...U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de HEER tot in lengte van dagen.
(Psalm 23)

dinsdag 31 mei 2011

Verder...


Het ongelooflijke gebeurt toch: na het afscheid van Rachel, gaat het leven verder…
Een beetje onwennig zijn we aan deze nieuwe week begonnen. Op de zondag waarop het gebed en sommige liederen nog aan de dankdienst doen denken, volgt de maandag die er al weer bedriegelijk gewoon uitziet. We stappen in het vertrouwde spoor, en dat lukt ons gek genoeg ook nog. Maar kan ons hart er in meekomen?

Zelfs wij die in een grotere kring rondom Erik, Mirjam, Eva, Sara en Loïs leven en van een afstand getuige zijn, hebben de neiging om nog even langer stil te blijven staan bij alles wat er de afgelopen weken gebeurd is.

Het is voor velen een tijd van uitersten.
Op drie mei komen we in een achtbaan terecht waarin we heen en weer slingeren tussen hoop en vrees. We suizen mee van Amersfoort, via Utrecht naar Rotterdam. Op de tussenstations zien we elkaar in de bidstonden. Onze levens raakten vervlochten met die van de familie van Ginkel, maar wonderlijk genoeg groeien wij ook naar God en naar elkaar toe. Immers, samen staan we steeds weer voor Gods troon en smeken we Hem om een wonder
Op donderdag 19 mei komt de baan met een ongelooflijke klap tot stilstand: onze angst wordt werkelijkheid en onze hoop dooft uit: Rachel is niet meer in ons midden. Verslagen zijn we die avond samengekomen om te schuilen bij onze God en te bidden voor hen die achter moeten blijven.

De week daarop wordt de woensdag, de dag van de begrafenis, de berg waar we met zijn allen overheen moeten. Hoe dichter bij die dag, hoe hoger die berg ons toeschijnt. Bestijgen lijkt onmogelijk, maar als we eenmaal aan de voet aangekomen zijn, gaat het wonderlijk genoeg toch gestaag omhoog. We worden misschien nog wel het meest geholpen door de grote afwezige in de dankdienst: Rachel zelf. Zij geeft ons de woorden aan, waardoor we omhoog gaan kijken en ons door de Goede Herder naar de top laten leiden. En haar klasgenootjes nemen het van haar over met woorden van troost en hoop: 'iedereen moet huilen, behalve Rachel!" Ernstig staan ze even later bij het grafje en nemen liefdevol afscheid van hun Rachel: "Dag Rachel, tot ziens!" Onze kinderen zijn deze dagen werkelijk 'de grootsten in het Koninkrijk'.
Eenmaal aan de andere kant van de top, koesteren we ons nog even in haar schaduw. Opgelucht ook, we hebben het kunnen volbrengen.

Maar aan deze andere kant strekt zich een enorme vlakte uit en de berg achter ons verdwijnt weer snel uit het zicht. Daarmee ook de bemoedigende ervaring dat zelfs een berg als deze met Gods hulp te bestijgen is. En vóór ons strekt zich die enorme vlakte uit en die vraagt uithoudingsvermogen, het meest voor Erik, Mirjam, Eva, Sara en Lois, hun familie en hun vrienden. Zij zullen er zonder Rachel doorheen moeten.
Het ongelooflijke gebeurt toch, onvermijdelijk: na het afscheid van Rachel gaat het leven verder.
Deze uitspraak is ook nog op een andere manier waar: Rachel is niet verloren gelopen en schuilt veilig bij onze Goede Herder. Ook haar leven gaat verder. En wij zijn naar Hem en dus ook naar Rachel onderweg. Onderweg naar het leven zoals wij dat nog niet kennen.
Laten we juist nu voor Erik, Mirjam, Eva, Sara en Loïs blijven bidden,
dat deze hoop het steeds meer van de leegte gaat winnen.

zaterdag 21 mei 2011

Rachel, tot ziens!


Op eerste Paasdag stond ze naast me op het podium voor in onze kerkzaal.
Kalm wachtte ze totdat ik iets kon gaan zeggen: de collectezakken waren nog niet rond en ons kerkorkest speelde. Ze hadden iets gemaakt in de Bijbelklas. "Wil je er iets over vertellen?", vroeg ik haar fluisterend. "Nee", schudde ze. Dat hoefde nu ook weer niet. Opgelucht liep ze even later naar haar plaats.
"Typisch Rachel", zeggen ze me nu, "ze hoefde niet zo nodig op de voorgrond te staan".
Maar ze was er wél altijd bij.

Bladerend in de fotoalbums van onze gemeente zie ik haar dan ook regelmatig voorbijkomen. Heel enkel recht voor de camera, meestal een beetje achteraan: enthousiast aan het klimrek op de startzondag van vorig jaar en even later op de rug gezien met een ballon, haar hand op de arm van zus Eva. In Februari van dit jaar staat ze recht achter het grote kado van het Feest van Genade. Een beetje achter de andere kinderen. Zij mocht het mee uitpakken. Haar gezicht is blij en benieuwd, wat zou er in zitten? Natuurlijk, maanden hadden ze er op moeten wachten. Als het kado eenmaal open is, en een heel stel van hen de doos induiken, zie je haar duidelijk -nu iets op een afstand- in de doos staan te kijken.
Rachel was er altijd bij, maar dat merkte je meestal niet zo: ze was heel kalm. Net zoals op Paasmorgen.

Anderhalve week later, tijdens onze vakantie, gaat mijn telefoon als ik in een winkelstraat in Lille sta. Het is mijn collega. Hij heeft een ernstige boodschap voor me: Rachel ligt inmiddels met een levensgevaarlijke hartkwaal in het Sophiaziekenhuis in Rotterdam. Het is die dag erop of eronder, 's avonds zal er in onze gemeente een bidstond zijn, de tweede al, begrijp ik van hem. Wij bidden 's avonds op ons vakantieadres mee. Later hoor ik dat er in Voorthuizen meer dan tweehonderd mensen geweest zijn.

De ouders van Rachel, Erik en Mirjam, besluiten ons in hun zorgen te betrekken: ze starten een Blog op de website van onze gemeente. Heel veel mensen uit onze gemeente en daarbuiten volgen het ziekteverloop van Rachel. Vaak ademloos, soms meermalen per dag. Overal hoor je de vraag: "Hoe is het met Rachel, heb jij nog iets gehoord?" Het één leidt tot het ander. Samen raken we er steeds meer bij betrokken: de week daarop bidden we weer samen met meer dan honderd mensen: van binnen- maar ook van buiten- onze gemeente, merk ik. We vragen, ja smeken, onze Heer om genezing, en bidden Hem of Hij Rachel, Erik, Mirjam, Eva, Sara en Loïs zijn nabijheid wil laten voelen.

Zo nu en dan ben ik in het ziekenhuis, de situatie lijkt stabiel maar wordt niet echt beter.Vanaf vorig weekeinde gaat het slechter. De apparatuur werkt haar nu tegen en verslechtert haar conditie. Als we dinsdag weer met een kerk vol bij elkaar zijn, is Rachel zieker dan ooit. We bidden inmiddels - ook buiten de bidstonden om- bijna dag en nacht. Een operatie helpt haar niet, haar conditie wordt alleen maar slechter. Van een  nieuwe operatie komt het niet meer. De toestand van Rachel is te slecht geworden. Op donderdag 19 mei moeten de artsen het opgeven, zij kunnen niets meer voor haar doen. Om zeven minuten voor halfeen overlijdt Rachel op de Intensive Care van het Sophia, zeven jaar oud. Niet eerder dan nadat we samen 'Jezus is de Goede Herder' gezongen hebben, we gebeden en gelezen hebben en iedereen die daar is van haar afscheid genomen heeft. En voordat ook maar iemand de apparatuur kan uitschakelen, gaat ze zelf. Het is klaar zo.

Verdrietig rijd ik die middag naar huis en daar tref ik al even diep verdrietige mensen. Het nieuws is me vooruit gereisd: Rachel is niet meer bij ons. 's Avonds ontmoeten we elkaar weer in de kerk. De vraag ligt voor de hand: was al dat bidden nu voor niets?
Dat zou zo zijn als onze Heer ons de garantie van een gezond en lang leven hier op aarde had gegeven. Dan had Hij zijn Woord niet gehouden. Maar dát wordt ons in het evangelie niet beloofd! Pas na de terugkomst van de Heer Jezus ontvangen al zijn kinderen hun nieuwe leven, tot die tijd zullen allen sterven. In ons deel van de wereld de meesten ouder, maar sommigen al jong. In andere werelddelen de meesten al veel jonger. De kinderen van God zijn al wel verlost, maar deze wereld is nog niet helemaal bevrijd en nog altijd onderworpen aan de vloek van de zinloosheid. Zo nu en dan genezen er, sommige wonderlijk, maar dat zijn de tekenen van het Koninkrijk dat nog in zijn volle pracht en kracht moet komen. Om dat wonder hebben we gebeden, het is ons niet gegeven.

Toch hebben zijn kinderen het belangrijkste al gekregen: de garantie van een nieuw leven in het Koninkrijk van God. Zonder zorgen, ziekte en zonder afscheid. Dat is al zijn kinderen beloofd! Ook Rachel! We nemen daarom diep verdrietig maar niet wanhopig afscheid, voor een tijd: Rachel zal weer opstaan samen met al Gods andere kinderen. Op die tijd wacht ze veilig bij haar Heer: Jezus blijft haar Goede Herder.
De afgelopen weken zijn we in onze gebeden rondom Rachel opnieuw diep met elkaar, met onze Vader en met zijn beloften verbonden geraakt. In gedachten reis ik vooruit naar de Paasmorgen van de opstanding en vraag me af: zal ze dan nog weer eens naast  me staan? Kalm maar toch aanwezig?
Als ik alles zo op me in laat werken, denk ik dat we elkaar vast weer zullen zien.
Daarom, Rachel tot ziens!

dinsdag 10 mei 2011

Littekens

Het 'Tyne Cot' ereveld 
Vorige week zijn we naar Vlaanderen gereden. Bij Nieuwkerke kwamen we tot stilstand. Nieuwkerke een klein, Vlaams dorp, waarvan de huizen vrijwel uitsluitend langs de weg liggen. Een kleine Spar, een grote slager en een vriendelijke bakker. Gelegen midden in een heuvelachtig  landschap, een lappendeken van pas geploegde akkers en pas gemaaide weiden. Op de weiden sloom vee dat drinkt uit vredige poelen, die onregelmatig verspreid in het landschap liggen. Daar waar het 's nachts nog donker en overdag nog stil kan zijn. Voor de liefhebbers: het paradijs op aarde!


Maar in dat vredige landschap gaat de herinnering aan een hels monster schuil. Het wezen heeft zichtbare littekens achtergelaten. Het eerst vallen de bordjes op die overal in de regio naar begraafplaatsen verwijzen. Vaak meerdere tegelijk! Onder elkaar gemonteerd op dezelfde palen, anders zou het hier en daar helemaal vol komen te staan. Werkelijk tientallen begraafplaatsen herinneren aan de Grote Oorlog en het Westelijk Front van 1914-1918 waar miljoenen militairen hun leven verloren. Nog  minder dan honderd jaren geleden: hun wapens waren modern en dodelijk. De verhalen over hun levens, klinken als die over onze grootouders. Maar de verhalen over hun sterven klinken als belevenissen uit de hel.
Met een blik, gescherpt door de graven, begint je meer op te vallen. Die drinkpoelen blijken vaak mijnkraters en granaatinslagen te zijn. En dan begin je het  overal te zien: de betonnen bunkertjes, een paar verroeste granaten aan de rand van een pas ingezaaide akker (ieder jaar vindt men er nog 200 ton munitie uit die tijd), de gedenkplaten met oorlogsherinneringen en overal de museums.
Langzaam ontvouwt zich het verhaal van vrijwel een gehele generatie jonge mannen die hier vocht, vaak afschuwelijk gewond werd, soms ernstig getraumatiseerd  raakte en voor een groot deel sneuvelde. Als slachtoffer van op industriële schaal geproduceerde vernietiging door snelvurende mitrailleurs, allesverwoestende artilleriebeschietingen, verzengende vlammenwerpers en smorende gasaanvallen.
  
Als je daar tegenwoordig loopt is de tegenstelling bijna ongelooflijk: de volkomen vrede in de zomerse meimaand van 2011 met zachtgroen kleurende bomen en helder zingende vogels met die afschuwelijke, mensonterende, gruwelijke en helse moerasoorlog die hier nog geen honderd jaar geleden de streek in een maanlandschap veranderde. Je zou bijna vergeten hoe deze wereld kan zijn. Maar hoe mooi de lente ook, het is nog geen vrede!
En toen we tijdens ons vakantie een telefoontje kregen dat een klein meisje uit onze gemeente plotseling ernstig ziek in het ziekenhuis opgenomen was, wisten we het helemaal zeker: onze wereld schreeuwt om verlossing van de zinloosheid. Daar kan geen paradijselijke lente iets aan veranderen.

maandag 28 maart 2011

Signaal

In deze weken voor Pasen vieren wij in onze gemeente het project 'Feest van Genade'. De komende dagen hier op mijn blog een aantal bijdragen die met het oog daarop geschreven zijn. Vandaag over 'verbondenheid'.

Mijnwerkers namen vroeger een mijnwerkerslamp mee naar beneden.
Dat lijkt nogal een open deur, als je niet weet dat een mijnwerkerslamp zo gemaakt is dat hij oplicht als er zeer brandbaar mijngas in de lucht zit, zonder dat hij het ontsteekt. Zo'n lamp heeft dus ook een signaalfunctie, hij zegt je iets over de kwaliteit van de lucht en waarschuwt voor je voor gevaar.

De aanwezigheid  van jongeren in de kerkdienst en bij de activiteiten van de gemeente heeft ook zo'n signaalfunctie. Het zegt iets over het geloofsklimaat in ons land  én over de kwaliteit van onze kerkelijke gemeenschap.
Het geloofsklimaat in ons land is al jaren heel slecht. Let wel, het gaat hier over het geestelijke klimaat.  Maatschappelijk zijn we nog helemaal vrij om ons geloofsleven invulling te geven. Maar sociaal gezien wordt geloven nog maar nauwelijks begrepen. Niet geloven is de norm, wél geloven  uitzondering. Jongeren zijn sociaal gevoelig als ze zijn, extra gevoelig voor de maatschappelijke trends en zijn dus de eersten die dit registreren. Als jongeren, terwijl dit helemaal niet trendy is, toch graag in de kerkelijke gemeente blijven komen, zegt dat iets over de kwaliteit van onze gemeenschap. Ze mogen er desondanks toch graag komen.

In onze geloofsbelijdenissen is 'gemeenschap der heiligen' één van de geloofsartikelen. Het is kennelijk zo centraal voor ons geloof dat het zelfs in een beknopte geloofsbelijdenis als de Apostolische  Geloofsbelijdenis nog één van 12 artikelen is. Dat is alleen maar zo, omdat de eenheid van de gelovigen in de Bijbel ook zo wezenlijk is. De apostel Paulus kan zijn lezers indringend oproepen in de onderling eenheid te investeren (Ef. 4,3v). En het schitterende hoofdstuk over de liefde in 1 Kor. 13 is geboren uit het gebrek aan eenheid in de kerk van Korinte.

Dat haalt de 'eenheid van de gelovigen' of  zoals het in het Feest van Genade wordt genoemd: de 'verbondenheid' uit de sfeer van een toevallig bijverschijnsel van ons kerk-zijn of de hobby van sociaal ingestelde mensen. Integendeel, onze gemeenschap is de kraamkamer van ons geloven en de oefenruimte van ons geloofsleven. De kwaliteit ervan is dus heel bepalend of wij door het goede  nieuws van onze Heer Jezus geraakt worden of niet.  En ook en of we  er -eenmaal  geraakt- in slagen ons nieuwe leven handen en voeten  te geven. Zonder de liefde, het vertrouwen, de openheid, de hulp en het gebed van de andere gelovigen uit de gemeente lukt maar heel moeilijk.

Je kunt horen van kerkelijke gemeenten waar er geen jongere meer in de kerkdiensten komt. Vergeleken daarmee zijn wij een gezegende gemeente. We zien nog veel jongeren zitten in onze diensten. Maar het is onmiskenbaar dat er de laatste jaren steeds meer vertrekken. Natuurlijk heeft dat te maken met het barre geloofsklimaat in onze samenleving, maar kennelijk kunnen wij er met onze geloofsgemeenschap ook geen alternatief voor bieden.
Tijd om weer in onze onderlinge verbondenheid te investeren?

St. Zacheüs

In deze weken voor Pasen vieren wij in onze gemeente het project 'Feest van Genade'. De komende dagen hier op mijn blog een aantal bijdragen die met het oog daarop geschreven zijn. Vandaag over 'heiliging'.


"Wie ben jij nou helemaal?" hadden ze hem vaak snerend gevraagd. Ze verwachtten geen antwoord, dat zat al in de vraag besloten. En in de manier waarop ze hem uitspraken, ze spuugden erbij op de grond.

Inmiddels zou hij ook geen antwoord meer op die vraag kunnen geven. Hij wist niet meer wie hij was! Hij wist ook niet meer waarvoor hij eigenlijk leefde. En omdat hij dat niet wist, deed hij dus maar wat. Nogal handig met geld, hij werd als een 'creatieve rekenaar' gezien, besloot hij er maar het beste van te maken. Het beste voor zichzelf dan, het kostte zijn medeburgers een lieve duit. Maar ja die zagen hem toch niet staan. Hij was die Romeinen dankbaar voor hun belastingstelsel, hij profiteerde er ook flink van. Inmiddels was hij een welvarend man, maar dat maakte hem nog steeds niet iemand. Alom gehaat, leefde hij in de marge van de Jerichose samenleving.

Maar sinds vandaag was dit anders. Voor het eerst in jaren had iemand hem echt zien staan. Nou ja, zien zitten. Nogal klein van stuk, had hij vanaf de grond niets kunnen zien. En eerlijk gezegd verwachtte hij dat zijn stadsgenoten hem die kans ook niet zouden geven om vooraan te staan als de Meester langs kwam. Hij had veel over hem gehoord en hij wilde hem nu wel eens met eigen ogen zien. Daarom was hij voor de zekerheid in een boom geklommen. Deze man had niet gespuugd zoals de anderen. Hij was ook niet doorgelopen. Nee, hij had hem zien zitten, werkelijk zien zitten! Hij had hem aangekeken en bij zijn naam genoemd. Hij kende hem! Meer nog, hij had zichzelf bij hem uitgenodigd voor het eten: "Vanavond kom ik bij jou eten." Nog nooit was hij zo gelukkig geweest over zo'n onbeleefd verzoek.

Deze man, was hij de Messias?, herinnerde hem aan wie hij eigenlijk was: een man uit het volk van God. En alles viel voor hem weer op zijn plaats. Zijn stadsgenoten waren zijn broeders en zusters binnen het volk. Hij zag nu scherp dat hij ze tekort gedaan had, hij wilde dat goed maken! Hij begreep dat veel van zijn stadsgenoten zijn hulp nodig hadden en resoluut besloot hij: 'de helft van mijn kapitaal geef ik aan de armen'. De Heer had toen voor iedereen hoorbaar de conclusie getrokken: "Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. (Luk 19:9)." Zacheüs wist weer wie hij was!

Deze week gaat het over 'heiliging', een woord dat een nare bijsmaak kan hebben. We denken vaak aan 'heilig doen'. Dat kunnen we niet, vinden velen, dat is onnatuurlijk. Dus is iemand die heilig probeert te zijn in onze ogen een schijnheilige. We denken aan wonderlijk geklede, wereldvreemde figuren, die akelig in de omgang zijn. Die zich beter voelen dan alle anderen en laten dat merken ook.

De geschiedenis van Zachëus maakt duidelijk dat 'heilig' in de eerste plaats iets zegt over wie je bént en dat dit daarna pas invloed op je gedrag krijgt . Beste mensen, we horen bij de selectie van de Heer, Hij kent ons en Hij rekent op ons. Dat herinnert ons er aan waarvoor we leven.

Verlangen naar heiligingVeel meer over heiliging staat beschreven in het boek van Jerry Bridges, Verlangen naar heiliging.
Kortgeleden verscheen in de VS een jubileumeditie van het boek. En als een boek na 25 jaar nog altijd verkocht wordt, dan moet er wel iets lezenswaardigs in staan. Zéér aanbevolen!

woensdag 23 maart 2011

Verduistering

In deze weken voor Pasen vieren wij in onze gemeente het project 'Feest van Genade'. De komende dagen hier op mijn blog een aantal bijdragen die met het oog daarop geschreven zijn. Vandaag over 'zonde'.

Ik had hem al tijden niet meer gesproken. Zo'n zeven jaar daarvoor had hij zich onttrokken aan 'onze kerk'. Dat was wel een verrassing. Voordat wij verhuisden hadden wij er altijd samen gezeten. En hij was zo'n kerklid die wel zo zijn kritiek had, maar dan toch zijn verantwoordelijkheid nam. Dus zat hij in de kerkdienst terwijl veel van onze vrienden daar heel vaak niet zaten. Hij pleitte voor een eigen bijbelstudiegroep - dat wilden onze vrienden nog wel- bij een kerkenraad die dat liever niet had. Binnen die groep probeerde hij steeds weer thema's bespreekbaar te maken, die onder ons hoognodig eens aan de orde moesten komen. Wat ik maar wil duidelijk maken, hij was geen type die het er maar een beetje bij liet zitten. Hij durfde en wilde zijn nek uitsteken, als hij dat nodig vond.
En toen ineens die onttrekking. We woonden al een poos niet meer in dezelfde stad, was ons iets ontgaan? Op een lange brief kregen we geen antwoord. Maar na jaren botsten we op straat zo ongeveer tegen elkaar op en nu zaten we dan nu eindelijk weer tegenover elkaar. Zijn vriendin, met wie hij inmiddels al weer jaren samenwoonde ,was er ook. Hij was jarig en er zaten nog meer uit zijn vriendenkring. Niemand die we van vroeger kenden.
De vervreemding was totaal! Hij ging vroeger altijd vol respect met anderen om. Dat betekende dat hij er naar streefde nooit over een ander te praten waar die zelf niet bij was. Daar sprak hij ons ook op aan! Maar nu zat hij mee te lachen over de laatste roddels uit zijn huidige kennissenkring. Het waren nogal onfrisse verhalen, maar hij vertrok geen spier. Alsof het hem allemaal niets meer deed.
Het was ons al snel duidelijk dat we eigenlijk weinig meer met elkaar te bespreken hadden. Niets van wat we vroeger deelden en waar we toen met elkaar over discussieerden, leek nu nog belangrijk voor hem. Hij was kennelijk aan een heel nieuw leven begonnen, waarin veel overtuigingen van vroeger geen enkele rol meer speelden. Ze leken helemaal verdwenen. Aangeslagen gingen we die avond weer naar huis.

Deze week gaan we het met elkaar over 'zonde' hebben. Een teer onderwerp, want het hangt samen met schaamte, schuld en een soms overweldigend gevoel van onvermogen. Maar dit niet alleen, zonde hangt ook samen met verdwijnen, vergeten en onverschillig worden. Zonde verduistert wat eerder kostbaar, belangrijk en onopgeefbaar leek. Belangrijke waarden verdwijnen in de vergetelheid, alsof ze er nooit geweest zijn. Zonde heeft dus iets verduisterends.
Zonde dreigt voortdurend als een zandstorm aan onze horizon. Als we niet oppassen verdwijnt alles wat ooit belangrijk was spoorloos in de donkere wolk van de zonde. En vergeten we alles wat ooit 'telde' tussen God en ons. Je staat als het ware voor een gebroken spiegelbeeld, maar je ziet zelf de scheuren in het beeld niet meer. In jouw ogen is het gaaf en heel. Maar, als je je zonden niet meer kent, hoe zul je er dan ooit vergeving voor kunnen vragen?