vrijdag 20 november 2009

In welke kringen verkeer je?


Welke mensen hebben een beslissende invloed op je leven gehad?
Als je daarover nadenkt, komt er vast namen in je naar boven.

Toen ik vorige week bezig was met de voorbereiding op de kringavonden, realiseerde ik me dat dit ook voor mijn geloof geldt. Bepaalde mensen zijn van enorm belang voor me geweest. En, zo realiseer ik me, zeer zeker ook bepaalde groepen christenen waar ik een tijdlang mee optrok. 'Geloofskringen avant la lettre', want zo noemden we ze toen nog niet. Er komen zo een heel aantal voorbeelden in me naar boven.

Tijdens een in alle opzichten geweldig evangelisatieproject in de stad Groningen, kwamen we in aanraking met Guido. Hij fopte ons eigenlijk met zijn woeste verschijning. Hij leek zo uit de jaren zestig vandaan gelopen, met zijn warrige bos haar en forse baard. We dachten in onze tent bezoek te krijgen van een ietwat boze belangstellende, maar al pratend bleek hij een broeder te zijn. Uiteindelijk zelfs eentje uit dezelfde kerk als wij.
We kregen een intens contact en het duurde niet lang of hij was de bezielende leider van onze bijbelkring. Heel anders dan die waar we tot dan toe lid van geweest waren. Hier was veel meer aandacht voor ons geloofsleven. Ik zal nooit die keer vergeten dat Guido voorstelde om eens een kringgebed te doen. Nu kende ik dat toen nog niet zo, en stond er -onbekend maakt onbemind- wel wat aarzelend tegenover. Maar ik kreeg niet de kans om daar een opmerking over te maken, Guido was al vol vuur begonnen. Verwonderd hoorde ik mijn eerste kringgebed aan. Daar ben ik hem tot op vandaag dankbaar voor, want zo liet hij me kennis maken met een manier van bidden die me dierbaar is geworden. Als hij me de kans gegeven had, was ik misschien nooit die grens overgegaan.

Toen ik in Kampen woonde werden we lid van St. Jakob, weer een bijbelstudiekring nieuwe stijl (lees: geloofskring). Wij deelden lief en leed en dat was wel even wennen. Want zó close ging je meestal niet met je broers en zussen in Christus om. Maar - verschillend als we waren- kregen we zo'n band met elkaar, dat we elkaar ook buiten de vergaderingen opzochten. Op St. Jakob -onze kerkenraad was niet zo blij met deze naam- leerde ik Opwekkingsliederen zingen. Een heel aantal daarvan zijn me dierbaar geworden.
Toen we te groot werden, gingen we splitsen. Ik zal nooit die keer vergeten dat we -als kring- afscheid van elkaar namen. We hebben bij dat afscheid intens gezongen met elkaar, in de liederen konden we onze 'rouw' kwijt. Dat was voor mij de eerste keer dat ik dat soort gevoelens in liederen kwijt kon.

In Dokkum waren geen bijbelkringen. Er was nog een kleine maar stoere mannenvereniging en een strak georganiseerde vrouwenvereniging. In het begin dachten we dat zo'n bijbelkring ook helemaal niet paste in Dokkum. We misten het wel, maar 't was niet anders. Toch zijn we na een aantal jaren begonnen met een bijbelkring. We moesten even geduld hebben, maar toen bleek een bijbelkring ook daar prima bij de mensen te passen.
Op 'Ichtus', zo heette onze bijbelkring, maakte we voor het eerst geloofsprekken tussen 'bejaarden' en 'jongeren' mee en dat was een enerverende belevenis. Je bleek van elkaar te kunnen leren.

In de tijd daarna hebben we nog meerdere keren meegedaan in een 'geloofskring' van de één of andere soort.
En aldoor weer bleek dat zeer waardevol. Zelfs als je er slechts voor een beperkte periode lid van bent.
Tien weken Alphacursus kunnen je heel veel voor je gaan betekenen, zo blijkt. Veel mensen in onze gemeente zullen dat bevestigen.
Samen zijn we gewoon veel rijker dan alleen. En als je zonder intensief en structureel contact met je broers en zussen in Christus leeft, mis je gewoon heel veel.


Dat werd me een tijd geleden nog eens scherp duidelijk, toen een broeder uit het kleine kerkje van Niezijl overleed. De gemeente waar ik gedoopt en getogen ben. 15 jaar had ik zondag aan zondag met deze broeder in de kerk gezeten. Het was beslist een vriendelijk man, als we elkaar tegenkwamen, zouden we elkaar altijd groeten. Dat is van betekenis, want in een klein dorp als het onze kwam je elkaar gauw tegen. Een enkele keer kwam ik wel eens bij zijn zoon thuis. Ook dan werd je hartelijk ontvangen. Toen hij overleed realiseerde ik me ineens scherp dat ik met deze broeder maar weinig woorden gewisseld had en helemaal nooit over ons geloof. En dat terwijl we beiden lid waren van een klein kerkje dat een lange periode niet meer dan zo'n 125 zielen had. En wat voor hem gold, gold ook voor de meeste anderen.
Inmiddels is bijna die hele generatie overleden, zij waren mijn broeders en zusters in Christus. Maar ik heb vrijwel niets van ze geleerd, omdat wij elkaar daarover in ieder geval nooit spraken. Van de TV leerde ik meer dan van mijn naaste gelovigen. In dat kleine knusse kerkje waren we eigenlijk 'eenzame zielen' die ieder onze eigen weg met God gingen.  Eenzame reizigers die soms samen opreizen zonder een woord met elkaar te wisselen. Je vraagt je af wat we allemaal van elkaar had kunnen leren en wat we voor elkaar hadden kunnen betekenen.

Ik vraag me af, is er sindsdien veel veranderd, lopen wij niet hetzelfde risico?

zaterdag 7 november 2009

Knokkelen helpt niet!


Vandaag moest ik terugdenken aan de zesde klas op de lagere school.
Groep 8 voor hen die de basisschool doorlopen hebben. Er werd toen nog degelijk onderwijs gegeven. Ter voorbereiding op onze taak in de samenleving moesten -vooral de jongens- soms urenlang cijferen. Daar was ik niet gelukkig mee. Ik was namelijk erg slecht in rekenen. En cijferen was voor mij een steeds terugkerende kwelling. Hoe goed ik mijn best ook deed, vaak haalde ik toch een onvoldoende.
Mijn meester van de zesde klas had zo zijn eigen wijze van 'uitleggen'.
Als ik weer eens een onvoldoende had gehaald, zei hij me: "je moet beter je best doen!" en om dit te ondersteunen tikte hij dan keihard met zijn knokkels op mijn hoofd. Heel pijnlijk! En vér voor de discussie over de pedagogische tik, zoals je zult begrijpen. Welke bedoeling er ook achter zat: het knokkelen van mijn meester heeft me nooit een zier geholpen bij het rekenen. "Knokkelen helpt niet!", dat is voor mij proefondervindelijk bewezen.

Het vermanen wordt tegenwoordig weer zeer overschat, ook in kerkelijk kringen. Als iets niet zo gaat als het volgens ons beste weten toch zou moeten, reageren we nog al eens met de oproep dat 'het nog maar eens duidelijk gezegd moet worden.'
Men gaat van de gedachte uit dat de bewuste mensen 'het' nog niet weten of 'het' eigenlijk niet willen weten. Een strenge en duidelijke boodschap moet dan helpen. Maar ik denk dat heel veel mensen 'het' gewoon nog niet weten of gewoon niet weten wat ze er mee aan moeten. Zoals sommigen bepaalde rekensommen niet snappen en anderen bepaalde dingen nooit goed zullen kunnen.

Zoiets is er ook aan de hand met het luisteren naar preken. Als blijkt dat er van preken minder blijft hangen dan zou moeten, blijft het vaak bij een vermaning. De dominee wordt vermaand dat hij 'beter moet preken' of de luisteraar wordt vermaand dat zij 'beter moet luisteren'. De achtergrond daarvan is te begrijpen: de preken hebben een belangrijke plaats in onze diensten en we geloven dat onze God ons ook via die preken aan wil spreken. Het is belangrijk dat die boodschap overkomt!
En er zullen best mensen zijn die er eens op aangesproken moeten worden dat een preek toch echt belangrijk is, omdat ze het gewoon niet willen weten.
Toch denk dat ook hier knokkelen meestal niet helpt! Aan de preek zit niet alleen een principiële kant, preken ook een manier van de boodschap overbrengen, van communiceren. Juist op het gebied van de communicatie is ontzettend veel veranderd. Mensen uit het begin van de 21e eeuw kunnen daarom moeilijker naar een klassieke preek luisteren, dan die van 50 jaar geleden. Dat heeft te maken met die totaal veranderde stijl van communiceren.
Daarom, als we merken dat luisteraars vaker afhaken onder de preek, is het goed om daar ook eens met elkaar over door te spreken, want als het communiceren verandert, kan het het preken dan gelijk blijven? Knokkelen zal hier ook niet helpen, vrees ik.

Komende week starten de eerste 'Kringavonden met de kerkenraad' in het seizoen 2009/10. De Kringen 5/6 en 9/10 mogen het spits af bijten. Ik ben benieuwd hoe jullie hier tegen aankijken. Hopelijk tot ziens!

donderdag 29 oktober 2009

Visie achter de schermen


Het is alweer een tijdje geleden dat we elkaar over onze visie gesproken hebben. Ergens in het voorjaar op een gemeentevergadering waar het beroepingswerk eigenlijk het hoofdonderwerp was. Er bleven toen nog zo'n 10 minuutjes over om nog even iets te zeggen over ons werk aan de visie. We noemden dat toen 'Stapstenen', omdat we er van uitgaan, dat er op elk van de zes pijlers die hierboven te zien zijn, nog verder gebouwd moet worden. Ze steken dus als stapstenen nog maar een eindje boven de grond uit. En dan ziet het plaatje er zo uit:
 

Het is dus al gauw een klein jaar geleden dat we met elkaar wat dieper over de visie doorgesproken hebben.
Dat waren goede gesprekken. Iemand typeerde ze als 'sparren met de kerkenraad'.

Ik zou me kunnen voorstellen dat de indruk ontstaat dat we nu niet meer zo bezig zijn met die visie. Zo werkt dat: waar je niet veel van hoort en (nog) niet veel van ziet dat bestaat niet (meer) voor je.
Maar voor ons als kerkenraad is de visie springlevend. In ons nadenken over de koers van onze gemeente naar de toekomst, denken we vanuit de visie. De verkiezing en benoeming van Kees van der Mark als missionair ouderling komt zo uit de visie vandaan lopen. En ook onze nieuwe pastoraal werker Jan van Raalte. Ieder thema proberen we vanuit de visie te beoordelen.

Maar wij (de kerkenraad) denken niet alleen vanuit de visie, maar ook over de visie verder. Wat wat in het visiedocument nog een hoofdlijn is, moet dagelijkse werkelijkheid worden in het reilen en zeilen van onze gemeente. En daar hebben we het over met elkaar!
De afgelopen twee vergaderingen hebben we doorgepraat over 'prediking' (in het kader van de stapsteen 'gericht op God') en 'kringen' (stapsteen: gemeenschap). Dat waren intrigerende gesprekken

Hoe ga je om met de preek in een tijd dat een preek opgevat wordt als straf? Je zult maar een preek van je ouders krijgen! En kunnen wij -luisteraars- nog wel omgaan met een toespraak van 20 minuten of meer, terwijl we bijna  nooit meer zo lang achter elkaar toegesproken worden. En wat te denken van de vraag: 'wie weet woensdag nog waar de preek van zondag over ging? Spannende gesprekken en belangrijke vragen: 'wat kunnen we doen om de werking van de preken te versterken?
En wat te denken van de kringen? Waar zijn we blij mee? Er waar minder? We hebben er als kerkenraad wat dubbele gevoelens over. En we stellen ons de vraag: wat kunnen we doen om verder aan de kringen te werken. Dat maakte ook heel wat bij ons los, toen we de laatste vergadering stopten met het gesprek, waren we nog lang niet uitgepraat.

Steeds merken dat we er ook graag met jullie, de gemeente, over door willen praten. Hoe beleven jullie het één en ander, welke ideeën hebben jullie? Naarmate onze plannen concreter worden, groeit de behoefte aan gesprek.
Vandaar dat we weer een aantal avonden van de kerkenraad met de gemeente op touw gezet hebben.


Kringen
Ouderling
Wanneer
Waar
  5 + 6
Br. Broekhuizen
11/11
Ackersate
  9 + 10
Br. Bouwman
12/11
Koppeling
  7 + 8
Br. Kokee
18/11
Ackersate
11 + 13
Br. van Steenbergen
19/11
Koppeling
jongeren
Brs. de Jong en Wolswinkel
25/11
Ackersate
12
Br. Fennema
26/11
Koppeling
  1 + 2
Br. Lakerveld
02/12
Koppeling

Kunnen we doorpraten: allereerst over de preek en de kringen.
We zien er naar uit om jullie daar te ontmoeten.
Dus hopelijk: Tot ziens!

donderdag 15 oktober 2009

1 op de 3 weg van God?


Afgelopen vrijdag verscheen de 'Najaarspecial' van het blad  Opbouw over kerkverlating, beter gezegd geloofsverlating.
Een indrukwekkend themanummer over een schrijnend onderwerp. Van alle kanten laten de auteurs hun licht erover schijnen: van een persoonlijk verhaal over hoe een zoon weggroeide van zijn geloof tot 'twaalf manieren om van je afdwalende kind te houden.'

Het is dan ook geen klein verdriet. Landelijke gezien verlaten zo'n 400 jongeren tussen 12-18 per maand de kerken. Per jaar 5000. Ad de Boer schat dat sinds het ontstaan van onze kerken in 1970 zo'n 7000 kerkleden uit de NGK zijn vertrokken met onbekende bestemming. Dat zijn er gemiddeld 179 per jaar. Alleen is het niet zo mooi evenredig verdeeld over de jaren. Het aantal vertrekkers stijgt met de jaren tot een voorlopige top in 2006, toen verlieten maar liefst 320 leden onze kerken. Sindsdien is het niet veel gezakt, afgelopen jaar waren het er nog altijd 297. Bijna 1% van onze kerkleden.

Het is ook geen vér verdriet. Ad beschrijft hoe uit onze eigen gemeente uit de generaties van 1959 tot 1984 van maar liefst 66 (van de 217) gezegd moet worden dat God niet zichtbaar meer een plaats heeft in hun leven. Dat is 1 op de 3! En dat betekent dat dit verdriet niet dat van de ander is, maar dat van ons. Het zijn onze kinderen, onze slapeloze nachten en het is onze brok in de keel bij een belijdenis of een doop.

Onlangs realiseerde ik me dat we het daarover niet zoveel met elkaar praten. Ja, als het eens te sprake komt, wanneer iemand naar je kind vraagt dat al een tijd niet meer in de kerk komt of zoiets. Maar verder? Zou het niet helpen als we daar eens met elkaar over van gedachten wisselden? Al kun je alleen je verhaal maar bij elkaar kwijt. En met en voor elkaar bidden! En niet te vergeten voor onze kinderen, broers en zussen. Niet alleen samen met die ouders, broers en zussen die al geconfronteerd zijn met het voldongen feit van het vertrek (hoewel dat weet je nooit!), maar ook met hen die zich bezorgd afvragen hoe dat met hun kind verder moet. Als je hier belangstelling voor hebt, stuur me dan een mail. Misschien kunnen we zoiets organiseren.

Mochten je geen lezer van Opbouw zijn. Als kerkenraad hebben we een aantal nummers nabesteld. Die zullen binnenkort wel in de hal liggen. Opbouw organiseert rondom dit thema een symposium in Zwolle (21 november). Verschillende sprekers, waaronder de bekende dr. W. ter Horst - de schrijver van diverse boeken over geloofsopvoeding - zullen daar het woord voeren. Ook is er gelegenheid om met elkaar door te spreken. Zie voor het symposium en voor aanmelding de website van Opbouw: Symposium geloofsverlating

vrijdag 9 oktober 2009

Stemmen in de stilte


Onze columnist Kijker is getroffen door de stilte. Dat kan ik me goed voorstellen: er is toch een hoop lawaai om ons heen. 's Morgens wordt ik vaak wakker met de constante dreun van de A1 of de A30 in mijn oren (net hoe de wind staat), even later slaat mijn wekkerradio aan en zo kan ik gemakkelijk de hele dag met geluid vullen. Natuurlijk dat is ook mijn eigen keus, maar er is ook gewoon heel veel geluid en hectiek om ons heen. Je moet soms heel nadrukkelijk naar de stilte zoeken.

En als het dan eens stil is, komt er ruimte voor andere 'geluiden'.
Gods boodschap vraagt niet zo lawaaierig om aandacht. Nou ja 's zondags dan, volgens Kijker.
Maar voor de rest niet zo. Dat heeft met de Gastheer te maken. De Geest is geen inbreker, Hij komt alleen op uitnodiging. En daar moet je de rust voor zoeken.
Als het dan eens stil is kan God heel indringend tot je gaan spreken. Eindelijk 'hoor' je Hem eens echt en dringt zijn boodschap tot je door.

Volgens Kijker spreekt God ook rechtstreeks via beelden en woorden in een stiltemoment. Ik ken dat eerlijk gezegd niet zo, maar ik denk dat het wel kan. In de Bijbel zie je dat ook gebeuren: mensen krijgen visioenen en profetieën. En nergens in de Bijbel wordt duidelijk gemaakt dat dit ná een bepaald periode niet meer zal voorkomen. Paulus beschrijft een kerkdienst in Korinte waar het allemaal gebeurd (1 Kor. 14,26 e.v.). Maar hij zegt er wel iets bij: Laat van hen die profeteren er telkens twee of drie spreken; daarna moeten de anderen het beoordelen (29)

Dat beoordelen van de 'stem van God' is wel heel belangrijk. Laat ik dat eens illustreren met een heel oud verhaal. Over Augustinus, een internationaal bekend christen uit de vierde eeuw, wordt het volgende verhaal verteld. Hij was eens aan het wandelen toen hij aan de overkant van de weg een man op zich toe zag lopen die druk in geprek was. Het vreemde was dat de man alleen liep. In die tijd kon een mobiel telefoontje nog niet de verklaring zijn van zijn 'gesprek in zichzelf zijn, dus stapte Augustinus op hem toe en vroeg hem: "beste man, met wie ben je in gesprek?". "O, ik praat met mezelf", antwoordde de man. "Pas maar op, zei Augustinus, "je spreekt met een slecht mens!"

Het is goed om de stilte te zoeken om beter naar God te kunnen luisteren. Maar als je op zoek gaat naar Gods stem in jezelf, wees je dan bewust dat er ook andere stemmen in de stilte te horen zijn.
Allereerst die van jezelf. Het is verleidelijk om wat je zelf graag wilt voor de stem van God aan te zien.
En dan zijn er nog andere stemmen die graag invloed op je willen krijgen. Daarom, verwacht in de stilte niet alleen de stem van God te horen. Je moet goed leren onderscheiden om te kunnen herkennen welke stem tegen je spreekt. Dat kán door wat je al van God weet uit de Bijbel en door te wikken en te wegen samen met je broers en zussen in Christus. Zij hebben de Geest tenslotte ook ontvangen.

Daarom, als het gaat om Gods spreken in de stilte: Onderzoek alles, behoud het goede
 (1Th 5:21 NBV)

dinsdag 29 september 2009

Partners


Afgelopen zondag zijn we met twee banken vol afgereisd naar Amsterdam om daar de bevestiging mee te maken van Serge de Boer, de nieuwe gemeentestichter van de -nog te stichten- gemeente Oase. Twee banken, verdeeld over meerdere auto's, betekende dat ik de heenreis alleen maakte. Dat wilde ik ook graag: want dan kon ik zo snel mogelijk naar huis om de verjaardag van onze Hilde te vieren.
Maar zonder de oplettende aandacht van een medepassagier, miste ik -doordat mijn Tomtom wat traag reageerde- de laatste afslag. En zo kwam ik midden in de wijk Geuzenveld terecht. Ik waande me even in een ander land, omdat ik dat hele ritje om geen enkele Nederlander van autochtone afkomst zag. Deze wereld is het nieuwe terrein van Serge en zijn Oasegemeente. En daarbij zijn óók wij in Barneveld sinds gisteren  betrokken.

Eenmaal aangekomen in 'de Bron', de moedergemeente van 'Oase', werd  dat ook goed duidelijk. In het formulier, dat voorafgaande aan de bevestiging van Serge werd gelezen, zijn ook wij als partnergemeente nadrukkelijk genoemd. Dat betekent niet dat wij de geldschieter van het project worden. De gemeente 'de Bron' voorziet uit eigen reserves in de financiën en ook voor de toekomst denkt men eraan zelf voor inkomsten te kunnen zorgen. Bijvoorbeeld door een vriendengroep rondom Serge en Mieke (zijn vrouw) heen te verzamelen die in hun onderhoud voorziet (vgl. 'onze' Suzette).
Nee, ons is in eerste plaats om gebed gevraagd.

Het ontbreekt Serge niet aan enthousiasme. Hij heeft waar wij allemaal bij waren niet alleen bevestigd dat hij zich door God geroepen voelt. Hij maakte ons ook getuige van zijn enthousiasme en zijn hart voor Geuzenveld-Slotermeer. Het vuur spatte eraf: hij wil heel graag het goede nieuws voor de mensen deze wijk. Ik kreeg het gevoel dat hij daar nog een hele poos over door had kunnen gaan. Hij vergat dan ook bijna 'amen' te zeggen.

Maar het is geen geringe opdracht. Moet je met sommige autochtone Nederlanders tegenwoordig vaak al een hele kloof overbruggen om te ze te bereiken met het evangelie. Bij Nederlanders van allochtone afkomst speelt het verschil in cultuur ook nog eens mee. Onoverbrugbaar lijkt het. En toch, ook Paulus vertrok naar andere culturen en via hem kwam het evangelie toch aan. Niet omdat hij zo begaafd was, dat hij zelfverzekerd kon zijn. Maar omdat 'alleen de Geest alle talen kent' en iedere kloof kan overbruggen. Ook hij had het nodig dat de Geest van de Heer Zelf bruggen slaat en hij riep daarom zijn  'partners' op voor hem te blijven bidden.
Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie (Eph 6:19 NBV)

Zo hebben wij vanaf zondag de eervolle taak de gebedspartners van Serge en Mieke te zijn.

donderdag 24 september 2009

Kijker ziet veel!

Hebben we ineens een meekijker in ons midden!
Maar ik geloof dat we daar niet van hoeven te schrikken. Hij is er één van ons (wie zou dát nou zijn?) en we hebben ook helemaal niets te verbergen. Dus laat hij maar komen kijken.

't Is nog niet zo eenvoudig om het Avondmaal aan kinderen uit te leggen, zelfs niet als je er van te voren goed over nadenkt. Dat had hij goed gezien, die Kijker. Niet omdat de symboliek zo moeilijk is, maar omdat aan kleine kinderen nog maar moeilijk duidelijk te maken is dat onze Heer Jezus voor onze zonden moest sterven. Dat onze zonde zo diep gaat en dat er zoveel voor nodig is, wil er bij ons, volwassenen, nog maar nauwelijks in. Voor kinderoren klinkt het bijna wreed. Dan merk je dat zulke kinderen nog wel heel klein zijn voor de centrale gedachte van het Avondmaal. En dat is ook een begin van een antwoord op de laatste vraag van Kijker: 'Mogen kinderen meedoen, nu het hen is uitgelegd?' Kun je ze eigenlijk wel mee laten doen aan een maaltijd waarvan je ze de symboliek nog niet echt kunt uitleggen? 

Dat was overigens helemaal niet de bedoeling van deze 'demonstratie', op dat punt ziet kijker echt te veel. We wilden als kerkenraad de kinderen alleen maar eens wat meer betrekken bij het Avondmaal, dat zich doorgaans op grote afstand van hen afspeelt. Dat is het nadeel van 'aan tafel gaan', de kinderen zien het allemaal van ver, áls ze tenminste nog in de kerkzaal zitten.


Bij ons gingen vroeger het brood en  de beker door de rijen. Spannend vond ik dat! De ouderlingen waren voor de gelegenheid helemaal in het zwart en liepen op glimmend gepoetste schoenen. Met krakende stappen kwamen ze naar de rij waar je zat. Plechtig gaf een ouderling het bord aan mij die op het hoekje van de bank zat. Ik mocht het dan -eerbiedig- doorgeven aan mijn moeder naast me. En zo zat ik boven op het Avondmaal: het bord mocht ik vastpakken, het brood kon ik ruiken. En dat ging al net zo met de beker wijn.
Na het Avondmaal had ik het overweldigende gevoel dat ik er vlakbij geweest was. En dat was ook zo natuurlijk. Nee, Avondmaalsdiensten waren veel spannender dan de andere diensten.

Gek eigenlijk, dat er voor je gevoel zo'n magie om dat brood en die wijn kan komen te hangen. Dat is al héél oud. De woorden van de toverspreuk 'hokus, pokus' zijn zeer waarschijnlijk een verbastering van hoc est corpus meum (dit is mijn lichaam), de woorden waarmee de hostie (het brood) tijdens de Eucharistie (de Rooms Katholieke benaming voor het Avondmaal) werd gewijd. Dat was ook magisch: want in de Roomse overtuiging veranderde de hostie op dat moment in het lichaam van Christus. Een hostie werd daarna dan ook vereerd.
Na de Reformatie namen de ge-reformeerden daar afstand van. Hoewel ook zij van overtuiging dat er iets bijzonders bij het Avondmaal gebeurd (de Geest van God sterkt ons geloof er mee), brood blijft toch echt gewoon brood en wijn gewoon wijn. Vandaar ook de oproep voorafgaande aan  het Avondmaal via de tekenen van brood en wijn (de harten omhoog!) onze harten te richten op de Heer Jezus Christus in de hemel.

En als dat zo is, mag zo'n kleintje best een hapje van het brood proeven.