maandag 28 maart 2011

Signaal

In deze weken voor Pasen vieren wij in onze gemeente het project 'Feest van Genade'. De komende dagen hier op mijn blog een aantal bijdragen die met het oog daarop geschreven zijn. Vandaag over 'verbondenheid'.

Mijnwerkers namen vroeger een mijnwerkerslamp mee naar beneden.
Dat lijkt nogal een open deur, als je niet weet dat een mijnwerkerslamp zo gemaakt is dat hij oplicht als er zeer brandbaar mijngas in de lucht zit, zonder dat hij het ontsteekt. Zo'n lamp heeft dus ook een signaalfunctie, hij zegt je iets over de kwaliteit van de lucht en waarschuwt voor je voor gevaar.

De aanwezigheid  van jongeren in de kerkdienst en bij de activiteiten van de gemeente heeft ook zo'n signaalfunctie. Het zegt iets over het geloofsklimaat in ons land  én over de kwaliteit van onze kerkelijke gemeenschap.
Het geloofsklimaat in ons land is al jaren heel slecht. Let wel, het gaat hier over het geestelijke klimaat.  Maatschappelijk zijn we nog helemaal vrij om ons geloofsleven invulling te geven. Maar sociaal gezien wordt geloven nog maar nauwelijks begrepen. Niet geloven is de norm, wél geloven  uitzondering. Jongeren zijn sociaal gevoelig als ze zijn, extra gevoelig voor de maatschappelijke trends en zijn dus de eersten die dit registreren. Als jongeren, terwijl dit helemaal niet trendy is, toch graag in de kerkelijke gemeente blijven komen, zegt dat iets over de kwaliteit van onze gemeenschap. Ze mogen er desondanks toch graag komen.

In onze geloofsbelijdenissen is 'gemeenschap der heiligen' één van de geloofsartikelen. Het is kennelijk zo centraal voor ons geloof dat het zelfs in een beknopte geloofsbelijdenis als de Apostolische  Geloofsbelijdenis nog één van 12 artikelen is. Dat is alleen maar zo, omdat de eenheid van de gelovigen in de Bijbel ook zo wezenlijk is. De apostel Paulus kan zijn lezers indringend oproepen in de onderling eenheid te investeren (Ef. 4,3v). En het schitterende hoofdstuk over de liefde in 1 Kor. 13 is geboren uit het gebrek aan eenheid in de kerk van Korinte.

Dat haalt de 'eenheid van de gelovigen' of  zoals het in het Feest van Genade wordt genoemd: de 'verbondenheid' uit de sfeer van een toevallig bijverschijnsel van ons kerk-zijn of de hobby van sociaal ingestelde mensen. Integendeel, onze gemeenschap is de kraamkamer van ons geloven en de oefenruimte van ons geloofsleven. De kwaliteit ervan is dus heel bepalend of wij door het goede  nieuws van onze Heer Jezus geraakt worden of niet.  En ook en of we  er -eenmaal  geraakt- in slagen ons nieuwe leven handen en voeten  te geven. Zonder de liefde, het vertrouwen, de openheid, de hulp en het gebed van de andere gelovigen uit de gemeente lukt maar heel moeilijk.

Je kunt horen van kerkelijke gemeenten waar er geen jongere meer in de kerkdiensten komt. Vergeleken daarmee zijn wij een gezegende gemeente. We zien nog veel jongeren zitten in onze diensten. Maar het is onmiskenbaar dat er de laatste jaren steeds meer vertrekken. Natuurlijk heeft dat te maken met het barre geloofsklimaat in onze samenleving, maar kennelijk kunnen wij er met onze geloofsgemeenschap ook geen alternatief voor bieden.
Tijd om weer in onze onderlinge verbondenheid te investeren?

St. Zacheüs

In deze weken voor Pasen vieren wij in onze gemeente het project 'Feest van Genade'. De komende dagen hier op mijn blog een aantal bijdragen die met het oog daarop geschreven zijn. Vandaag over 'heiliging'.


"Wie ben jij nou helemaal?" hadden ze hem vaak snerend gevraagd. Ze verwachtten geen antwoord, dat zat al in de vraag besloten. En in de manier waarop ze hem uitspraken, ze spuugden erbij op de grond.

Inmiddels zou hij ook geen antwoord meer op die vraag kunnen geven. Hij wist niet meer wie hij was! Hij wist ook niet meer waarvoor hij eigenlijk leefde. En omdat hij dat niet wist, deed hij dus maar wat. Nogal handig met geld, hij werd als een 'creatieve rekenaar' gezien, besloot hij er maar het beste van te maken. Het beste voor zichzelf dan, het kostte zijn medeburgers een lieve duit. Maar ja die zagen hem toch niet staan. Hij was die Romeinen dankbaar voor hun belastingstelsel, hij profiteerde er ook flink van. Inmiddels was hij een welvarend man, maar dat maakte hem nog steeds niet iemand. Alom gehaat, leefde hij in de marge van de Jerichose samenleving.

Maar sinds vandaag was dit anders. Voor het eerst in jaren had iemand hem echt zien staan. Nou ja, zien zitten. Nogal klein van stuk, had hij vanaf de grond niets kunnen zien. En eerlijk gezegd verwachtte hij dat zijn stadsgenoten hem die kans ook niet zouden geven om vooraan te staan als de Meester langs kwam. Hij had veel over hem gehoord en hij wilde hem nu wel eens met eigen ogen zien. Daarom was hij voor de zekerheid in een boom geklommen. Deze man had niet gespuugd zoals de anderen. Hij was ook niet doorgelopen. Nee, hij had hem zien zitten, werkelijk zien zitten! Hij had hem aangekeken en bij zijn naam genoemd. Hij kende hem! Meer nog, hij had zichzelf bij hem uitgenodigd voor het eten: "Vanavond kom ik bij jou eten." Nog nooit was hij zo gelukkig geweest over zo'n onbeleefd verzoek.

Deze man, was hij de Messias?, herinnerde hem aan wie hij eigenlijk was: een man uit het volk van God. En alles viel voor hem weer op zijn plaats. Zijn stadsgenoten waren zijn broeders en zusters binnen het volk. Hij zag nu scherp dat hij ze tekort gedaan had, hij wilde dat goed maken! Hij begreep dat veel van zijn stadsgenoten zijn hulp nodig hadden en resoluut besloot hij: 'de helft van mijn kapitaal geef ik aan de armen'. De Heer had toen voor iedereen hoorbaar de conclusie getrokken: "Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. (Luk 19:9)." Zacheüs wist weer wie hij was!

Deze week gaat het over 'heiliging', een woord dat een nare bijsmaak kan hebben. We denken vaak aan 'heilig doen'. Dat kunnen we niet, vinden velen, dat is onnatuurlijk. Dus is iemand die heilig probeert te zijn in onze ogen een schijnheilige. We denken aan wonderlijk geklede, wereldvreemde figuren, die akelig in de omgang zijn. Die zich beter voelen dan alle anderen en laten dat merken ook.

De geschiedenis van Zachëus maakt duidelijk dat 'heilig' in de eerste plaats iets zegt over wie je bént en dat dit daarna pas invloed op je gedrag krijgt . Beste mensen, we horen bij de selectie van de Heer, Hij kent ons en Hij rekent op ons. Dat herinnert ons er aan waarvoor we leven.

Verlangen naar heiligingVeel meer over heiliging staat beschreven in het boek van Jerry Bridges, Verlangen naar heiliging.
Kortgeleden verscheen in de VS een jubileumeditie van het boek. En als een boek na 25 jaar nog altijd verkocht wordt, dan moet er wel iets lezenswaardigs in staan. Zéér aanbevolen!

woensdag 23 maart 2011

Verduistering

In deze weken voor Pasen vieren wij in onze gemeente het project 'Feest van Genade'. De komende dagen hier op mijn blog een aantal bijdragen die met het oog daarop geschreven zijn. Vandaag over 'zonde'.

Ik had hem al tijden niet meer gesproken. Zo'n zeven jaar daarvoor had hij zich onttrokken aan 'onze kerk'. Dat was wel een verrassing. Voordat wij verhuisden hadden wij er altijd samen gezeten. En hij was zo'n kerklid die wel zo zijn kritiek had, maar dan toch zijn verantwoordelijkheid nam. Dus zat hij in de kerkdienst terwijl veel van onze vrienden daar heel vaak niet zaten. Hij pleitte voor een eigen bijbelstudiegroep - dat wilden onze vrienden nog wel- bij een kerkenraad die dat liever niet had. Binnen die groep probeerde hij steeds weer thema's bespreekbaar te maken, die onder ons hoognodig eens aan de orde moesten komen. Wat ik maar wil duidelijk maken, hij was geen type die het er maar een beetje bij liet zitten. Hij durfde en wilde zijn nek uitsteken, als hij dat nodig vond.
En toen ineens die onttrekking. We woonden al een poos niet meer in dezelfde stad, was ons iets ontgaan? Op een lange brief kregen we geen antwoord. Maar na jaren botsten we op straat zo ongeveer tegen elkaar op en nu zaten we dan nu eindelijk weer tegenover elkaar. Zijn vriendin, met wie hij inmiddels al weer jaren samenwoonde ,was er ook. Hij was jarig en er zaten nog meer uit zijn vriendenkring. Niemand die we van vroeger kenden.
De vervreemding was totaal! Hij ging vroeger altijd vol respect met anderen om. Dat betekende dat hij er naar streefde nooit over een ander te praten waar die zelf niet bij was. Daar sprak hij ons ook op aan! Maar nu zat hij mee te lachen over de laatste roddels uit zijn huidige kennissenkring. Het waren nogal onfrisse verhalen, maar hij vertrok geen spier. Alsof het hem allemaal niets meer deed.
Het was ons al snel duidelijk dat we eigenlijk weinig meer met elkaar te bespreken hadden. Niets van wat we vroeger deelden en waar we toen met elkaar over discussieerden, leek nu nog belangrijk voor hem. Hij was kennelijk aan een heel nieuw leven begonnen, waarin veel overtuigingen van vroeger geen enkele rol meer speelden. Ze leken helemaal verdwenen. Aangeslagen gingen we die avond weer naar huis.

Deze week gaan we het met elkaar over 'zonde' hebben. Een teer onderwerp, want het hangt samen met schaamte, schuld en een soms overweldigend gevoel van onvermogen. Maar dit niet alleen, zonde hangt ook samen met verdwijnen, vergeten en onverschillig worden. Zonde verduistert wat eerder kostbaar, belangrijk en onopgeefbaar leek. Belangrijke waarden verdwijnen in de vergetelheid, alsof ze er nooit geweest zijn. Zonde heeft dus iets verduisterends.
Zonde dreigt voortdurend als een zandstorm aan onze horizon. Als we niet oppassen verdwijnt alles wat ooit belangrijk was spoorloos in de donkere wolk van de zonde. En vergeten we alles wat ooit 'telde' tussen God en ons. Je staat als het ware voor een gebroken spiegelbeeld, maar je ziet zelf de scheuren in het beeld niet meer. In jouw ogen is het gaaf en heel. Maar, als je je zonden niet meer kent, hoe zul je er dan ooit vergeving voor kunnen vragen?