dinsdag 10 mei 2011

Littekens

Het 'Tyne Cot' ereveld 
Vorige week zijn we naar Vlaanderen gereden. Bij Nieuwkerke kwamen we tot stilstand. Nieuwkerke een klein, Vlaams dorp, waarvan de huizen vrijwel uitsluitend langs de weg liggen. Een kleine Spar, een grote slager en een vriendelijke bakker. Gelegen midden in een heuvelachtig  landschap, een lappendeken van pas geploegde akkers en pas gemaaide weiden. Op de weiden sloom vee dat drinkt uit vredige poelen, die onregelmatig verspreid in het landschap liggen. Daar waar het 's nachts nog donker en overdag nog stil kan zijn. Voor de liefhebbers: het paradijs op aarde!


Maar in dat vredige landschap gaat de herinnering aan een hels monster schuil. Het wezen heeft zichtbare littekens achtergelaten. Het eerst vallen de bordjes op die overal in de regio naar begraafplaatsen verwijzen. Vaak meerdere tegelijk! Onder elkaar gemonteerd op dezelfde palen, anders zou het hier en daar helemaal vol komen te staan. Werkelijk tientallen begraafplaatsen herinneren aan de Grote Oorlog en het Westelijk Front van 1914-1918 waar miljoenen militairen hun leven verloren. Nog  minder dan honderd jaren geleden: hun wapens waren modern en dodelijk. De verhalen over hun levens, klinken als die over onze grootouders. Maar de verhalen over hun sterven klinken als belevenissen uit de hel.
Met een blik, gescherpt door de graven, begint je meer op te vallen. Die drinkpoelen blijken vaak mijnkraters en granaatinslagen te zijn. En dan begin je het  overal te zien: de betonnen bunkertjes, een paar verroeste granaten aan de rand van een pas ingezaaide akker (ieder jaar vindt men er nog 200 ton munitie uit die tijd), de gedenkplaten met oorlogsherinneringen en overal de museums.
Langzaam ontvouwt zich het verhaal van vrijwel een gehele generatie jonge mannen die hier vocht, vaak afschuwelijk gewond werd, soms ernstig getraumatiseerd  raakte en voor een groot deel sneuvelde. Als slachtoffer van op industriële schaal geproduceerde vernietiging door snelvurende mitrailleurs, allesverwoestende artilleriebeschietingen, verzengende vlammenwerpers en smorende gasaanvallen.
  
Als je daar tegenwoordig loopt is de tegenstelling bijna ongelooflijk: de volkomen vrede in de zomerse meimaand van 2011 met zachtgroen kleurende bomen en helder zingende vogels met die afschuwelijke, mensonterende, gruwelijke en helse moerasoorlog die hier nog geen honderd jaar geleden de streek in een maanlandschap veranderde. Je zou bijna vergeten hoe deze wereld kan zijn. Maar hoe mooi de lente ook, het is nog geen vrede!
En toen we tijdens ons vakantie een telefoontje kregen dat een klein meisje uit onze gemeente plotseling ernstig ziek in het ziekenhuis opgenomen was, wisten we het helemaal zeker: onze wereld schreeuwt om verlossing van de zinloosheid. Daar kan geen paradijselijke lente iets aan veranderen.

Geen opmerkingen: